ga op ontdekking en zie ze vliegen

In onze gemeente kunnen we op verschillende plekken genieten van de natuur. Het Zoerselbos is er één van. Hoewel je er mooi kan wandelen en fietsen, is het bos dé ontmoetingsplaats voor roofvogels en perfect voor vogelspotters.

Werner Van Hove (boswachter bij Agentschap voor Natuur en Bos) neemt ons mee op ontdekking.

Iedereen kent een valk of een buizerd. Maar vermoedelijk zitten er meer soorten roofvogels in het Zoerselbos?
Werner:
Dat zijn inderdaad de meest gekende. Daarnaast komt ook de zeldzame wespendief voor. Zijn naam verraadt het al. Hij gaat specifiek op zoek naar wespennesten. Hij voedt zich met de larven die hierin aanwezig zijn. Andere aanwezige soorten zijn de sperwer en de havik. Een heel bijzondere soort die we dit jaar spotten, was de boomvalk. Normaal komt deze enkel voor in heidegebieden met vennen, maar af en toe ook in grotere bosgebieden, waar variatie is, zoals open terreinen, water …

Zijn deze roofvogels nuttig voor de biodiversiteit van het bos?
Werner: Roofvogels horen nu eenmaal bij een biodivers bos. Ze hebben een grote invloed op overlastsoorten, zoals ratten en muizen. Vooral de torenvalk is een gespecialiseerd muizenvanger.

geen gevaar

Moeten inwoners hun huisdieren beschermen tegen roofvogels of vallen ze soms mensen aan?
Werner: Het gebeurt weleens dat een havik een kip aanvalt, maar het komt niet vaak voor. Het is niet zo dat mensen hun huisdieren er extra tegen moeten beschermen. En wij moeten er zeker geen schrik voor hebben. Tijdens het hoogseizoen kunnen ze zich hooguit bedreigd voelen en willen ze hun nest beschermen. Ze voeren dan schijnaanvallen uit op bijvoorbeeld voorbijkomende joggers. Dat is even schrikken, maar je hoeft er niet bang voor te zijn. Als we weten dat er op een bepaalde plaats roofvogels broeden, plaatsen we altijd een waarschuwing voor voorbijkomende wandelaars.

hoe meer vogels, hoe meer vreugd

Worden er maatregelen genomen om roofvogels aan te trekken in het Zoerselbos?
Werner: We houden hier zeker rekening mee. Vooral op het vlak van maaibeheer. Op een moderne boerenweide hebben roofvogels weinig te zoeken. Ze hebben schrale grasranden nodig waar veel soorten bloemen staan, kruiden en grassen groeien. We laten dan ook bewust ruigtestroken staan die we een heel jaar lang niet maaien. Dit trekt grote insecten en kleine diersoorten aan. Ook op het vlak van bosbeheer – zoals het kappen van bomen – houden we rekening met aanwezige roofvogels. Als we merken dat er een vogel aan het broeden is, gaan we niet kappen. Zo wordt het nest van de roofvogel beschermd.

Wat is de grootste vogel die we hier kunnen aantreffen?
Werner: De oehoe (uilsoort) is de grootste. Bij heel wat roofvogels zijn de mannetjes kleiner dan het vrouwtje. De vrouwtjes zijn daarom niet per se gevaarlijker.

Benieuwd naar het hele interview? Lees dan zeker het ZOERSELmagazine van december (pagina 16-17) en ontdek heel wat leuke wist-je-datjes over roofvogels.